
De pulmonalisklep (afb: schermafdruk van plaatje uit WikiMedia Commons)

De pulmonalisklep (afb: schermafdruk van plaatje uit WikiMedia Commons)

Hideyuki Nakanishi (afb: univ. van Osaka)

Gewone celdeling (mitose). Meercelligen zouden kunnen zijn ontstaan doordat de cellen zich na celdeling niet hebben gescheiden. De celdeling was dus niet volledig.
Dieren, van wormen en sponzen tot kwallen en walvissen, bevatten tussen de paar duizend en tientallen biljoenen genetisch vrijwel identieke cellen. Afhankelijk van het organisme rangschikken deze cellen zich in een verscheidenheid aan weefsels en organen, zoals de darmen, spieren en zintuigen. Hoewel niet alle dieren al deze weefsels hebben, hebben ze wel allemaal één weefsel, de kiembaan, dat zaad- of eicellen produceert om de soort voort te planten. Hoe en wanneer die afzonderlijke cellen hebben besloten samen te gaan is niet bekend, maar een celbioloog van de universiteit van Chicago denkt nu een tipje van die sluier te hebben opgelicht. Lees verder

De CAR T-behandeling in beeld gebracht (afb: hematon.nl)
De CAR-T-celtherapie, waarin afweercellen ‘weerbaarder’ worden gemaakt tegen ziekteverwekkers, zou met succes zijn gebruikt bij de behandeling van twee patiënten met een zeldzame autoimmuunziekte: chronische inflammatoire polyneuropathie (CIDP). Bij de behandeling werden de eigen afweercellen genetisch zo veranderd dat ze de ziekteverwekkende cellen herkenden en elimineerden. Dit zou de eerste (zeer bescheiden) klinische studie zijn dat de CAR-T-celtherapie is gebruikt bij een ernstige vorm van een autoimmuunneuropathie. Lees verder

Pasgeboren muisjes
Mannelijke muizen kunnen eierstokken ontwikkelen als hun zwangere moeders ijzertekort hebben. Het onderzoek zou het eerste zijn dat aantoont dat een laag ijzergehalte de geslachtsontwikkeling van de embryo kan beïnvloeden. Lees verder
Twee recente klinische studies (fase I (VS) en fase I en II (Japan)) maken aannemelijk dat na transplantatie van voorlopercellen van dopamineneuronen rechtstreeks in de hersenen die cellen daar kunnen overleven, dopamine kunnen produceren en motorische symptomen van Parkinsonpatiënten aanzienlijk kunnen verminderen. Fase I van een klinische proef gaat vooral om de veiligheid van methode vast te stellen. De resultaten zijn dus nog zeer voorlopig, ook al omdat het aantal proefpersonen vrij beperkt was (resp. twaalf en zeven). Lees verder

De in de proef gebruikte satri-cellen zouden van Carsgen Therapeutics komen (afb: Carsgen)
De CAR T-therapie om bepaalde afweercellen (T-cellen) genetisch zo te veranderen dat ze effectief kankercellen aanpakken, werkt vooral bij de bestrijding van bloedkankers zoals leukemie. Al tijden wordt er aan die techniek gesleuteld om die techniek ook tegen vaste tumoren te gebruiken. Nu lijkt daar schot in te komen. Lees verder

CAR-T-cellen (blauw) vallen kankercel aan (afb: SKI)
De CAR-T-cel-therapie lijkt vrij effectief, vooral tegen bloedkankers zoals leukemie, maar het grote (duurmakende) probleem is dat de afweercellen van de patiënt eerst moeten worden ‘geoogst’ (uit het lichaam gehaald), vervolgens genetisch moeten worden veranderd, vermeerderd en uiteindelijk weer moeten worden toegediend aan de patiënt. Het lijkt er nu op dat er methoden in ontwikkeling zijn die het mogelijk maken die afweercellen in het lichaam genetisch zo te veranderen dat ze de strijd met de kankercellen een goede kans op de ‘overwinning’ zullen maken, maar er is nog een hoop te bewijzen. Lees verder

Chemische en elektrische signalen worden via synapsen aan andere hersencellen doorgegeven ((afb: OIST)
Onderzoekers van het instituut voor fundamenteel onderzoek (IBS) hebben een opmerkelijk piepklein maar cruciaal stukje genetische code gevonden (mini-exon B) dat helpt bepalen hoe hersencellen verbinding maken, communiceren en functioneren. De ontdekking verdiept niet alleen het begrip van hoe de bedrading van de hersenen is opgebouwd, maar verklaart mogelijk ook de oorsprong van verschillende neurologische en psychiatrische aandoeningen. Lees verder

Vorming van een lus in een gesimuleerd deel van het genoom. Van links naar rechts zijn er nog meer transposons in het gebied opgenomen, weergegeven door bollen. Van boven naar beneden worden simulaties getoond waarin de lusvorming steeds duidelijker wordt. (afb: Lennart Hilger et al./Biophysical Journal/KIT)
Er zit meer beweging in ons genetisch materiaal dan je zou denken. Bijna de helft van het menselijk genoom bestaat uit transposons, springende genen. Ze ‘springen’ van de ene plaats naar de andere en zijn niet gelijkmatig verdeeld in het genoom, maar zitten vaak gebundeld in groepen. Onderzoekers van het KIT hebben nu ontdekt hoe deze groepsvorming plaatsvindt. Die wordt mogelijk gemaakt door de manier waarop het genetische materiaal zich ter plekke ontvouwt, denken de onderzoekers. Lees verder