
Door slechts een DNA-letter te veranderen krijgen vrouwtjesmuisjes mannelijke geslachtsklieren zoals baarmoeder en zaadballen. WT staat voor wild type, bp voor basepaar (afb: Nitzan Gonen et al./Nature Communications)

Door slechts een DNA-letter te veranderen krijgen vrouwtjesmuisjes mannelijke geslachtsklieren zoals baarmoeder en zaadballen. WT staat voor wild type, bp voor basepaar (afb: Nitzan Gonen et al./Nature Communications)

Amazonekillivis (-molly) (afb: WikiMedia Commons)
De Amazone-killivis of -molly (Poecilia formosa) is een opmerkelijke soort. Alle killivissen zijn vrouwtjes en planten zich klonaal (=ongeslachtelijk) voort. Hoewel vrouwtjes moeten paren met mannetjes van verwante soorten om de voortplanting op gang te brengen, wordt het DNA van het mannetje niet in het nageslacht opgenomen. Volgens de evolutietheorie zouden dan schadelijke mutaties zich in de loop der tijd geleidelijk in het genoom ophopen, wat uiteindelijk het voortbestaan van de soort zou bedreigen. Toch heeft de Amazone-molly duizenden generaties overleefd. Hoe ze dat doet hebben onderzoekers inmiddels ‘uitgevist’. Genconversie is de truc. Lees verder

Fruitvliegjes
Decennia lang beschouwden wetenschappers het genoom van een pas bevruchte eicel als een structureel ‘onbeschreven blad’, een ongeordende kluwen DNA die wacht tot het bevruchte ei ‘ontwaakt’ en zijn eigen genetische instructies gaat volgen. Nu schijnen Juanma Vaquerizas en collega’s te hebben ontdekt dat er al een verrassend niveau van structuur aanwezig is. Ze ontwikkelden een technologie, Pico-C, waarmee ze de ruimtelijke structuur van het genoom in ongekend detail konden bekijken. Lees verder
Het zat er natuurlijk aan te komen. Sinds Shinya Yamanaka aan het begin van deze eeuw ontdekt had hoe je rijpe cellen kon omprogra-mmeren tot stamcellen en andere typen cellen, heeft de genetica zich volop op dat ‘kunstje’ gestort. Nu hebben onderzoekers uit menselijke huidcellen functionele (?) eicellen gevormd. Sommige van die eicellen vormden met zaadcellen het begin van embryovorming. En dan? Lees verder

Mitochondriën

Gewone celdeling (mitose). Meercelligen zouden kunnen zijn ontstaan doordat de cellen zich na celdeling niet hebben gescheiden. De celdeling was dus niet volledig.
Dieren, van wormen en sponzen tot kwallen en walvissen, bevatten tussen de paar duizend en tientallen biljoenen genetisch vrijwel identieke cellen. Afhankelijk van het organisme rangschikken deze cellen zich in een verscheidenheid aan weefsels en organen, zoals de darmen, spieren en zintuigen. Hoewel niet alle dieren al deze weefsels hebben, hebben ze wel allemaal één weefsel, de kiembaan, dat zaad- of eicellen produceert om de soort voort te planten. Hoe en wanneer die afzonderlijke cellen hebben besloten samen te gaan is niet bekend, maar een celbioloog van de universiteit van Chicago denkt nu een tipje van die sluier te hebben opgelicht. Lees verder

Pasgeboren muisjes
Mannelijke muizen kunnen eierstokken ontwikkelen als hun zwangere moeders ijzertekort hebben. Het onderzoek zou het eerste zijn dat aantoont dat een laag ijzergehalte de geslachtsontwikkeling van de embryo kan beïnvloeden. Lees verder

(A) De verschillende stadia van de groei van polymeerblaasjes die leiden tot de uitstoting van amfifiele polymeren. (B) De vorming van nieuwe blaasjes door zelfassemblage van de amfifiele polymeren (afb: Juan Pérez-Mercader et al./PNAS)
Het leven op aarde bezit een uitzonderlijk vermogen tot zelfreproductie, dat zelfs op laagste niveau (de cel) wordt beheerst door complexe biochemie. Al tijden zoeken wetenschappers naar vergelijkbare systemen. zonder biochemie. Het lijkt er op dat onderzoekers van de Harvarduniversiteit een beginnetje (?) hebben gevonden. Voor reproductie heb je geen biochemie nodig. Lees verder

Een verbeelding van het experiment om van twee mannetjesmuisjes nageslacht te kweken (afb: Wei Li et al./Cell Stem Cell)

Jiankui He op genoomcongres in Hongkong in 2018
Veel erfelijke ziektes zijn het gevolg van mutaties op verschillende genen. Met de nieuwe methoden om het genoom te bewerken, groeit de hoop die fouten ooit te kunnen corrigeren met wat polygene genoombewerking heet. Op basis van recent onderzoek van Peter Visscher van de universiteit van Queensland en collega’s stellen de onderzoekers dat die polygene genoombewerking over enkele tientallen jaren tot de mogelijkheden gaat behoren, maar de redactie van het wetenschappelijke blad Nature vindt dat we daar eerst goed over moeten praten voor we daaraan gaan beginnen. Daar zijn Visscher c.s. het roerend mee eens. Lees verder