Maak van een A-gen een B-gen en van een aap een mens

Opgepookte hersens zijdeaapembryo's

De hersens van een vrucht van zijdeaapjes (l) en van embryo’s die ‘verrijkt’ ware met het ARHGAP11B-gen (r). De hersenschors (stippellijnen) van de transgene embryo’s is duidelijk groter (afb: Heide et. al.)

Hersens vormen een geliefd onderzoeksterrein. Er zijn dan ook meer vragen over dat orgaan dan dat er kennis is. Hoe komt het dat de hersens van mensen zo’n groeispurt hebben gemaakt?, is een van die nog vele onbeantwoorde vragen. In 2015 voegden Chinese onderzoekers het gen MCPH1 toe aan het genoom van makaken, die daardoor een beter geheugen zouden hebben gekregen. Nu hebben onderzoekers van, onder meer, het Max Planckinstituut voor moleculaire celbiologie rond Wieland Huttner het genoom van embryo’s van zijdeaapjes ‘verrijkt’ met het mensengen ARHGAP11B. Dat gen codeert voor een eiwit waardoor het aantal hersencellen groeit, wat ook bleek te gebeuren. Onderzoek op een ethisch uiterst gevoelig terrein.
Lees verder

Zo’n 15 genen maken mensenhersens ‘uniek’

herseninhoud van mensachtigen

De ontwikkeling van de menselijke hersens is de laatste 2 miljoen jaar fenomenaal geweest


Onderzoekers van het Max Planck-instituut voor moleculaire celbiologie en genetica in Dresden hebben een gen gevondenARHGAP11B genoemd, dat zorgt voor de ‘unieke’ complexiteit van een deel van de menselijke hersens, de neocortex. In dat deel van de hersens huist het vermogen tot praten, redeneren en zintuigelijke waarneming, een belangrijk deel van de vaardigheden die mensen apart zetten in de dierenwereld. Muizenembryo’s die het gen kregen ‘toegediend’ ontwikkelden grotere hersendelen en sommige muizenhersens kregen het gerimpelde oppervlak van menselijke hersens. De onderzoekers schatten dat zo’n 15 genen de menselijke hersens ‘uniek’ maken. Lees verder