Strikt genomen is het geen synbiologie, het klonen van dieren, maar het schurkt er dicht tegenaan. Je kunt ook zeggen dat synthetische biologie geen scherp afgebakende grenzen heeft. In het Japanse Kobe heeft Teruhiko Wakayama en medewerkers van het RIKEN-centrum voor ontwikkelingsbiologie door klonen 581 genetisch identieke muizen gemaakt. Alle muizen zijn gezond en vruchtbaar en hebben, zoals normaal, een levensverwachting van twee jaar, zo schrijven de onderzoekers in een artikel in Cell Stem Cell. Er hebben zich volgens Wakayama geen epigentische of genetische bijzonderheden voorgedaan, waarmee zou zijn bewezen dat dieren zonder problemen keer op keer zijn te klonen. De Japanse onderzoeker denkt met deze methode de mogelijkheid geschapen te hebben om op grote schaal dieren te ‘produceren’ van hoge kwaliteit (wat die dan ook moge betekenen) of bedreigde diersoorten voor uitsterven te behoeden .
Grappig is dat de muizen zijn gekloond via het overbrengen van celkernen, dezelfde SNCT-techniek die bij het schaap Dolly gebruikt is. Dolly leed aan vroegtijdige ouderdom. Om dat te voorkomen voegden de onderzoekers trichostatine A toe. Die stof remt het enzym histondeacetylase (HDAC) en verandert daardoor het aflezen van het DNA (histonen zijn eiwitten die samen met DNA het chromatine in de celkern vormen) . Daardoor stijgt het succespercentage van 5 tot 25%.
Bron: Der Spiegel
Wat is er verkeerd aan het bouwen van mensen?
Met de goedkeuring in januari van het grote EU-project Menselijk Brein is de ‘nieuwe mens’ weer een stapje dichterbij gekomen. Het project is bedoeld om uit te vissen hoe dat complexe orgaan in elkaar steekt, maar als we dat te weten komen, dan kunnen we dat natuurlijk zelf ook ‘bouwen’. De mensachtige robot komt dan in zicht en, op de lange duur, de ‘nieuwe’ mens. Volgens Danica Kragic van het Koninklijk Technologie-instituut (KHT) in Stockholm (Zweden) komt er een heel andere maatschappij op ons af.
Onderdeel van het project is het testen van robots met een kunstmatig brein. “Als we dat kunnen bouwen, waarom dan niet een mens? Wat houdt houdt ons tegen? “Wat we verwachten van robots, moet acceptabel zijn voor mensen. Veel van wat we doen is niet gebaseerd op feiten. Moeten we dan op de een of andere manier gesimuleerde emoties inbouwen? Hoe dan ook, het is moeilijk te voorspellen wat dat zal betekenen voor de wisselwerking met mensen.” Zullen mensen in opstand komen? Kragic vindt dat lastig te voorspellen. En nog een stap verder: zullen we mensen kunnen ‘bouwen’? Kragic: “Er zullen mensen tegen zijn, maar wat is daar verkeerd aan? We zijn opgevoed in een maatschappij die het fout vindt om voor god te spelen, maar misschien denken toekomstige generaties daar wel anders over.”
Bron: Alpha Galileo
Micro-organismen gevonden onder 800 m dikke ijslaag
Een Amerikaanse onderzoeksgroep heeft micro-organismen gevonden onder een 800 meter dikke ijslaag van het Whillansmeer. Onder die ijslaag bevindt zich een laag met vloeibaar water van zo’n 0,5 graden onder nul. Er heerst totale duisternis. De micro-organismen zouden leven op minerale voedingsstoffen (“Ze eten rotsen.”). De omstandigheden waaronder deze micro-organismen zijn gevonden zouden overeenkomen met die die heersen op de ijzige manen van Jupiter en Saturnus. DNA-onderzoek bij de gevonden organismen moet uitwijzen hoe ze leven en tot welke ‘familie’ ze behoren.
Bron: Wissard
Celcircuits met geheugen

Ingenieurs van het MIT in Boston, onder aanvoering van Timothy Lu, hebben ‘genetische circuits’ in bacteriecellen aangebracht die niet alleen rekenfuncties uitvoeren, maar ook het resultaat onthouden door dat ‘op te slaan’ in het cel-DNA. Met die genetische schakelingen kunnen allerlei celprocessen worden aangestuurd zoals de aanmaak van bepaalde stoffen of de differentiering van stamcellen tot een bepaald type cellen. Ook kunnen de schakelingen worden gebruikt als sensor.
Synthetisch biologen zijn in staat om uitgaande van genetische ‘bouwstenen’ schakelingen te componeren die een bepaalde functie uitvoeren, zoals het meten van een bepaalde verbinding, waarna het circuit een vervolgactie in gang brengt zoals de productie van het groen fluorescerende eiwit GFP. Dat bouwen van een genetische schakeling heeft wel wat weg van dat van een elektronische schakeling. Genetische circuits kunnen echter ook zogeheten Booleaanse functies uitvoeren zoals die in de elektronica gebruikelijk zijn. Als er, bijvoorbeeld, twee verschillende verbindingen tegelijk aanwezig moeten zijn alvorens er een vervolgactie wordt geïnitieerd, dan zou je een EN-functie moeten bouwen. Zulke genschakelingen zijn niet nieuw.
Bij de circuits die tot nu toe zijn ‘gebouwd’ stopt het proces als, in het voorbeeld, een van beide stoffen niet meer aanwezig is. Lu en zijn medewerkers bouwden een schakeling met een geheugenfunctie in de ‘logische poort’ (zeg maar de OF- of EN-poort). Bij een genetische EN-poort kunnen twee verbindingen er voor zorgen dat bepaalde eiwitten worden geactiveerd die een bepaald gen aanschakelen. Lu maakte zijn schakelingen zo dat bij aanwezigheid van de twee stoffen dat deel van het DNA wordt veranderd dat verantwoordelijk is voor de productie van GFP. Deze delen van het DNA, de zogeheten promotors, activeren bepaalde eiwitten tot de transcriptie van het GFP-gen op RNA, die er op zijn beurt weer voor zorgt dat het ook geproduceerd wordt.
In het artikel in Nature Biology, waarin het proces wordt beschreven, geven Lu en co-auteurs het voorbeeld van twee zogeheten terminators tussen de promotor en het GFP-gen. Elk van de twee remt de transcriptie van het gen, maar ze kunnen door een bepaald enzym (een recombinase) worden ‘afgeschakeld’. Als de twee bewuste verbindingen aanwezig zijn, en de EN-poort dus ‘open’ staat, dan wordt het ‘schakelenzym’ aangemaakt, waarna vervolgens, met tussenkomst van RNA, in het ribosoom het GFP-eiwit wordt gesynthetiseerd. Als een van beide ontbreekt, dan is het GFP-gen geblokkeerd. Als de terminators eenmaal zijn uitgeschakeld, dan kunnen ze niet weer worden ingeschakeld. Dat is nu dus het ‘geheugen’ van de genetische schakeling. Dat in het DNA vastgelegde ‘geheugen’ is overerfbaar.
Die, geïnduceerde, DNA-functie blijkt redelijk stabiel. Ten minste na 90 celdelingen (‘generaties’) bleek de functie nog aanwezig. Op deze wijze is op vrij eenvoudige wijze elke functie in gang te zetten, zegt Lu in Science Daily. Dit mechanisme zou zijn diensten kunnen bewijzen bij de productie van biobrandstoffen of medicijnen door bacteriën of bij het meten van in het milieugevaarlijke verbindingen.
Bron: Science Daily
Uitslag gentest geen reden voor paniek
Patiënten die genetisch zijn getest op riskante genmutaties schijnen opvallend rustig gereageerd te hebben, zo heeft een Amerikaans onderzoek aangetoond. Volgens een artikel in het nieuwe open blad PeerJ zou uit deze 23andMe-studie , waaraan ruim 60 mensen deelnamen, zijn gebleken dat de betreffenden, na te hebben gehoord een groot risico te lopen op kanker, op zoek gingen naar medische hulp en dat ze contact zochten met familieleden die mogelijk hetzelfde risico liepen. Een aantal van de familieleden van de ‘positief’ bevonden patiënten, bleek ook gemuteerde genen te hebben. Het ging bij dit onderzoek om mutaties in het BRCA1- en -2-gen, die kunnen duiden op een verhoogde kans op borst- of eierstokkanker. Van de 32 onderzochte positief bevonden patiënten bleek slechts één de nieuw verworven kennis niet op prijs te stellen. Het gaat hierbij overigens om een studie onder een vrij bescheiden patiëntenbestand, hetgeen de ‘bewijskracht’ van de uitkomst van het onderzoek vermindert.
Bron: Eurekalert http://www.eurekalert.org/pub_releases/2013-02/p-chf020513.php
Omnimedicijn tegen foute cellen?
Het is natuurlijk al vaker vertoond, onderzoekers die hoop geven op een doorbraak in de bestrijding van kanker en en passant ook maar meteen van die ziekte van Alzheimer en andere hersenaandoeningen, maar het moet er eens van komen. Medewerkers van het centrum van autofagie-onderzoek van de universiteit van Texas in Dallas, hebben een eiwitachtige verbinding gesynthetiseerd die de potentie schijnt te hebben bij het aanschakelen van een proces in cellen dat autofagie wordt genoemd. Bij dat proces worden defecte of onnodige celdelen afgebroken tot de basisbouwstenen voor de aanmaak van nieuwe biomoleculen, maar autofagie dient ook om binnengedrongen, virussen, bacteriën of lichaamsvreemde eiwitten onschadelijk te maken door ze af te breken. Met dat laatste vervult autofagie een functie in ons afweersysteem.
Wanneer dat proces ‘regelbaar’ is met behulp van een eenvoudige peptide, dan zou je daarmee greep krijgen op tot nu toe ongrijpbare processen als kanker en Alzheimer. Het gesynthetiseerde peptide, dat ‘luistert’ naar de naam Tat-becline 1, zou zijn werking bewezen hebben in proeven met muizen. Met Tat-becline 1 behandelde muizen bleken ongevoelig te zijn voor het Westnijl- en chikungunya-virus, door muggen overgebrachte ziekteverwekkers. Menselijke cellen die met dit dit peptide werden behandeld bleken bestand tegen hiv. Directeur van het centrum dr. Beth Levine verwacht dat door de grote rol die autofagie speelt in het afweersysteem, stoffen die dat proces in werking stellen een grote potentie hebben in het voorkomen en de bestrijding van een breed scala aan ziektes.
De door het centrum gesynthetiseerde peptide is ‘afgeleid’ van becline 1, een van de eerste peptiden die is gevonden, die een rol speelt bij autofagie in zoogdiercellen.
Bron: http://www.utsouthwestern.edu/newsroom/news-releases/year-2013/feb/peptide-levine.html
Omstotelijk
DNA-bewijs wordt als keihard beschouwd en is dat meestal ook. Het gaat echter fout bij tweelingen. In Marseille (F) is een 24-jarige tweeling aangehouden op verdenking van verkrachting. Volgens de politie heeft een van beide het zeker gedaan, maar welke van de twee is via het DNA niet te achterhalen. Het kan ook zijn dat beide schuldig zijn aan de reeks verkrachtingen.
‘Kunstmatige atomen’ vermiljoenvoudigen resolutie MRI-techniek
Kernmagnetische afbeeldingstechnieken (bekend als MRI) geven een prima beeld van het menselijk ‘innerlijk’, maar zijn beperkt door de vrij lage resolutie (in orde van millimeters). Een onderzoeksgroep van het Fotonica-instituut in Barcelona (ICFO) heeft, in samenwerking met de Macquarie-universiteit uit Australië, een oplossing bedacht voor dit probleem, waardoor het met MRI mogelijk wordt beeld te ‘zien’ op nanoschaal (een miljoen maal hogere resolutie dan de huidige MRI-technieken). Daardoor zouden processen op celniveau met behulp van de MRI-techniek kunnen worden gevolgd.
De truc zit hem in het gebruik van ‘kunstmatige atomen’ (nanodiamantjes ‘verontreinigd’ met stikstof), waarmee zeer zwakke magneetvelden zijn te detecteren die moleculen opwekken. In de huidige MRI-techniek moeten sterke magneetvelden worden gebruikt om de atoomkernen in een hoger energietoestand te brengen. Als die kernen weer in hun normale toestand terugvallen kan er een plaatje van het gescande lichaamsdeel gemaakt worden. Die grote magneetvelden zijn bij de nieuwe techniek niet langer nodig.
Vooralsnog verkeert het nieuwe MRI-systeem nog in de labfase. Een gevoelig punt is dat bij deze MRI-techniek de ‘kunstmatige atomen’ een temperatuur moeten hebben die dicht in de buurt van het absolute nulpunt ligt (-273 °C). Die lage temperatuur is nodig om de ‘kunstmatige atomen’ te kunnen manipuleren. Met behulp van laserlicht worden de ‘atomen’ boven het te bestuderen object gemanoeuvreerd om zo de uiterst zwakke magneetveldjes te meten die de moleculen afgeven aan de hand waarvan een, nu, haarscherp beeld kan worden geconstrueerd van het gescande object.
Bron: Eurekalert
Afbraak RNA in kaart gebracht
Het was al duidelijk dat RNA door het exosoom wordt afgebroken, maar nu hebben onderzoekers aan het Max Panck-instituut voor biochemie in Martinsried (bij München) tot in detail uitgevogeld hoe die afbraak in zijn werk gaat. Dat exosoom gaat in alle levensvormen (dan hebben we het over eukaryoten, prokaryaten en archae, de drie typen cellen die we kennen) vrijwel op dezelfde te werk. Het exosoom is een soort van bestaand uit negen verschillende eiwitten. Daar wordt het af te breken RNA in ‘getrokken’. Het tiende eiwit dient als ‘schaar’ en knipt het RNA in stukken. Dat ‘vat’ is volgens Debora Makino van het instituut wezenlijk voor de afbraak. Dat zorgt er voor dat het RNA ontvouwen wordt en voorbereid voor het opknippen. Als een van de 10 benodigde eiwitten ontbreekt, is de cel niet levensvatbaar, stelt ze.
Een cel is een zeer efficiënt (quasi)kringloopsysteem. Er worden voortdurend stoffen afgebroken om weer dienst te doen als bouwstenen voor nieuw verbindingen. RNA heeft in een cel een groot aantal functies, waarvan de bekendste is het ‘aflezen’ van genen in het DNA en die (helpen) omzetten in eiwitten. Overtollig of defect RNA moet worden afgebroken. Ophoping van RNA beschadigt de cel.
Bron: MPI
Verstrengelde fotonen om in levende cel te kijken
Het is niet goed mogelijk om met een microscoop in een levende cel te kijken. Foto’s van cellen zijn (vrijwel) altijd opnames van dode cellen, meestal gemaakt met een rasterelektronenmicroscoop. Althans, dat was zo. Australische onderzoekers van de universiteit van Queensland, onder aanvoering van Warwick Bowen, zijn er in geslaagd opnames van een levende cel te maken met behulp van verstrengelde fotonen.
Het probleem om een plaatje te maken van de gigantische ‘warboel’ die een levende cel is, is dat het lichtsignaal dat een deeltje in de cel weerkaatst ten onder gaat in de ruis. Dat probleem zou je kunnen oplossen door de sterkte van de lichtbron (een laser) op te voeren, maar daarmee doodt je het leven in de cel en dat wil je nu net gaan bestuderen.
Bowen en zijn medewerkers hebben dat probleem opgelost door fotonen te ‘verstrengelen’ waardoor ze een beter beeld krijgen, zonder dat ze de lichtintensiteit hoeven te verhogen. ‘Verstrengeling’ is een, voor mij, tamelijk onbegrijpelijk fenomeen uit de kwantummechanica waarbij de eigenschappen van twee deeltjes (fotonen zijn te beschouwen als lichtdeeltjes) zijn gekoppeld. Volgens Bowen is dit de eerste keer dat aangetoond is dat dit principe ook in biologische preparaten werkt, zo meldt ABC Science.
Om die verstrengeling te bereiken maakten de onderzoekers gebruik van wat wordt genoemd optische parametrische oscillatie. Daarbij wordt in foton in twee verstrengelde stukken “gehakt” met elk de helft van de oorspronkelijke energie. De onderzoekers slaagden er ook in de fluctuatie in de lichtstroom te verminderen met 75%, waardoor de gevoeligheid van de metingen wordt vergroot en er dus een beter beeld van hete bekekene wordt verkregen. Overigens is de techniek niet beperkt tot biologische toepassingen. Bowen heeft nog geen idee voor welk onderzoeksgebied deze techniek van grote betekenis kan zijn. Hij denkt aan onderzoek van kleine deeltjes en zelfs aan het ‘bekijken’ van kwantummechanische processen. Of de kwantummechanica dat toelaat, weet ik niet.
Bron: ABC (Australië); foto Nature Photonics.