Stamceltransplantatie is niet zonder gevaren

Transplantatiearts Leslie Kean

Leslie Kean

Stamceltransplantatie is niet zonder gevaar, zeker als het niet om eigen stamcellen gaat. Het afweersysteem van de patiënt kan in opstand komen met mogelijke ernstige gevolgen. Een medicijn dat gebruikt wordt tegen reuma, abatacept (orencia) , zou dat gevaar vrijwel geheel teniet doen, maakten onderzoekers van het Seattle-kinderziekenhuis aannemelijk in een onderzoek bij kinderen en volwassenen die werden behandeld voor kanker en bloedaandoeningen.
De resultaten van een fase 2 klinisch onderzoek werden gepresenteerd op de 59ste bijeenkomst van de Amerikaanse hematologievereniging. De behandelde patiënten kregen bloedstamcellen van donoren geimplanteerd.<!-more–>

De ‘transplantatieziekte’ kan dodelijk zijn. Het kan zijn dat de gedoneerde afweercellen (T-cellen) in de aanval gaan tegen de organen van de patiënt. Vooral als de donor niet verwant is met de patiënt kan een milde tot ernstige vorm van de tranplantatieziekte wel 80% van de ontvangers treffen, waarbij de helft sterft.

“Gegeven de ernstige dreiging van de transplantatieziekte moeten er wegen gezocht worden om stamceltransplantaties veiliger te maken”, zegt Leslie Kean van kankeronderzoekscentrum van het kinderziekenhuis in Seattle. “Zulke goede resultaten voor patiënten met zulke hoge risico’s is zeer bemoedigend.”
Kean kwam op de gedachte om abatacept uit te proberen om de transplantatieziekte te voorkomen na het succes van een immuunbehandeling bij reumapatiënten. Daarbij remt abatacept de activering van de T-cellen, waarmee een serie vervolgreacties wordt voorkomen die kunnen leiden tot ernstige gewrichtsontstekingen. Dat zou het paard achter de wagen spannen.
Haalbaarheidsstudies toonden Kean dat het middel de activering van T-effector-cellen na een transplantatie afremt.
“Bij het voorkomen van de transplantatieziekte heb je te maken het delicatie evenwicht tussen de overactieve T-effectorcelen en de noodzakelijke T-regelcellen.”

Niet verwant

Patiënten die hun stamcellen kregen van niet verwante donoren kregen vier verschillende doses abatacept met een calcineurineremmer en methotrexaat. Als controlegroep gebruikten de onderzoekers gegevens uit een nationaal bestand van verwante donoren/patiënten die of calcineremmer (CNR) en methorexaat (MTX) of deze twee stoffen kregen plus antithymocytenglobuline (+ATG) kregen toegediend. Op die manier krijg je een soort vergelijking tussen een verwante en een onverwante transplantatie.

Honderd dagen na de tranplantatie kreeg 3% van de abatacept de ernstige vorm van de transplantatieziekte. Uit de paiëntengegevens van de databank was dat percentage 32 voor patiënten die twee medicijnen kregen (CNR/MTX) en 22 voor patiënten die daarbij ook nog antithymocytenglobuline (+ATG) kregen. Volgens de onderzoekers herstelde bij de patiënten die abatacept kregen het afweersysteem netjes, terwijl er geen onvoorziene ontstekingen optraden en de transplantatieziekte ook niet later de kop opstak.
Ook een jaar na de transplantatie bleven de cijfers gunstig, stellen de onderzoekers. 79% van de abataceptpatiënten werd niet door ziekte getroffen, tegen 50% bij de CNI/MTX-patiënten en 63% bij de +ATG-patiënten.
Onlangs begonnen de onderzoekers een tweede proef af met 140 patiënten die afweercellen kregen van een onverwante donor. Dit is wel een dubbelblind onderzoek. Kean: “Als transplantatiechirurg is het moeilijk aan te zien hoe een leukemiepatiënt daarvan geneest door een beenmergtransplantatie maar een ernstige acute transplantatieziekte ontwikkelt. Dat we daar nu iets tegen hebben is een belangrijke stap vooruit voor stamceltransplantaties.”

Bron: EurekAlert