Afweersysteem vol in stelling brengen tegen kanker

Adoptieve T-celtherapie

Antillichamen en door IL-2 gestimuleerde T-cellen bleken het afweersysteem in stelling te brengen tegen kankercellen bij muizen (afb: Cell)

Een van de vrij veelbelovende manieren om kanker te bestrijden is het eigen afweersysteem te kietelen om zijn werk te doen tegen de woekercellen. Dat kan door dat systeem te activeren met behulp van antilichamen of door de T-cellen, die een prominente plaats in het immuunsysteem hebben, te stimuleren. Het afweersysteem op die manier in stelling te brengen blijkt echter niet zo simpel, omdat op een van beide paarden wordt gegokt. Onderzoekers van het befaamde MIT in Cambridge (VS) schijnen er in geslaagd te zijn beide mechanismes tegelijk te activeren. Het bleek met die strategie mogelijk bij een agressieve vorm van huidkanker (melanoom) bij muizen de groei te stoppen. “Een antitumorantilichaam kan de zogeheten adoptieve T-celtherapie aanzienlijk verbeteren”, zegt onderzoeker Dane Wittrup. “Deze twee onderdelen van de immunotherapie zijn onderling afhankelijk en versterken elkaar.”

Antilichamen als medicijnen tegen kanker, zoals rituximab and herceptin, werken door zich te binden aan kankereiwitten, zo is het idee, waardoor ze signaalroutes blokkeren die kankercellen aanzetten zich ongebreideld te delen. Daardoor zou  ook het eigen afweersysteem in actie komen. De adoptieve T-celherapie zet T-cellen aan tot actie tegen de tumor. Die T-cellen, behorend tot de witte bloedlichaampjes, ‘patrouilleren’ als een soort nachtwakers door ons bloed. Ze zijn gespecialiseerd in het opsporen van bepaalde moleculen. Tumoreiwitten worden vaak niet als ‘verdacht’ gezien, zodat de T-cellen bij een kankerpatiënt moeten worden ‘geherprogrammeerd’ om hun werk te doen. Wittrup en medeonderzoekers ontdekten dat ze beide strategieën tegelijk  in stelling konden brengen toen ze bezig waren om de antilichaambenadering te verbeteren met een signaaleiwit getooid met de naam IL-2 (een interleukine), dat normaal de afweerreactie inzet. Dat was al eerder geprobeerd en al een aantal voorbeelden van die benadering is beproefd in klinische tests, maar de meeste daarvan faalden, hoewel de antilichaam/IL-2-combinatie prima voldeed in kweken van kankercellen in het lab. De MIT-onderzoekers veronderstelden dat dat te maken had met het tipstip waarop IL-2 ‘in het spel’ komt. Als het interleukine wordt toegevoegd aan een celkweek, dan hangen ze daar een tijdje rond en versterken de reactie van de natuurlijke vraatcellen, maar als kankerpatiënten IL-2 krijgen ingespoten, filteren de nieren het eiwit in een uur uit het lichaam. De MIT-onderzoekers losten dat probleem op door IL-2 te koppelen aan een antilichaam, waardoor IL-2 veel langer in de bloedbaan blijft. Ze probeerden dat idee uit bij muizen met een agressieve vorm van huidkanker. De groei van de kanker stopte als het aangepaste IL-2 een keer per week werd toegediend tegelijk met de, therapeutische, antilichamen.
Tot verrassing van de onderzoekers deden de T-cellen het meeste werk in de strijd tegen de tumorcellen, als ze eenmaal tot actie werden gedwongen door de antilichaam-IL-2-combinatie. Deze aanpak zou een omgeving creëren waardoor de T-cellen grondiger, effectiever te werk gaan. Wittrup: “De antilichaamreactie roept een reactie van het eigen afweersysteem op en creëert een situatie waarin T-cellen tumorcellen doden. Zonder zorgen kankercellen voor een omgeving waarin T-cellen niet goed functioneren.”

Het bleek dat ook een andere vorm van witte bloedlichaampjes, zogeheten neutrofielen een grote rol speelden in de, gestimuleerde, afweerreactie. Neutrofielen behoren tot de eerstelijndefensie. Ze reageren sterk op vreemde indringers die ons lichaam binnendringen via verwondingen. Ze worden ook wel vreetcellen (of macrofagen) genoemd. “Dat vormt echt een krachtig onderdeel van ons afweersysteem, maar mensen die zich met immuuntherapie bezighouden kijken normaal niet naar neutrofielen”, zegt medeonderzoeker Eric Zhu. “Ze worden niet als nuttig beschouwd. Dat bracht ons op het idee dat hoewel T-cellen en NK-cellen belangrijk zijn, we misschien iets vergeten dat ons kan helpen om tumoren te genezen.”
Met de nieuwe strategie werden veel meer kankercellen gedood dan alleen met de T-celtherapie. In 80 tot 90% van de muizen verdween het gezwel helemaal. Zelfs kankercellen die bij de muizen maanden na de behandeling werden ingespoten werden door het eigen afweersysteem gedood. In een tweede artikel in PNAS schrijven de MIT-onderzoekers dat het antilichaam dat aan IL-2 wordt gekoppeld niets te maken hoeft te hebben met de kankerbestrijding. Ook gekoppeld aan ‘vreemde’ antilichamen werkte de therapie, zeker in combinatie met toediening van antilichamen. De onderzoekers gaan nu op zoek naar andere eiwitten buiten IL-2 om de methode nog verder te verbeteren. Ondertussen biedt de ‘MIT-methode’ patiënten die behandeld worden met IL-2 nu al een grotere kans op succes met bestaande antilichaammedicijnen, beweert Wittrup.

Bron: Science Daily

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.