RNA-vaccins zijn opmerkelijk effectief tegen corona

coronaprikJe zou de afgelopen coronaperiode de succesvolle entree van de b-RNA-vaccins kunnen noemen. Van die relatief nieuwe techniek is onder meer bij de vaccins van Moderna en BionTech/Pfizer gebruik gemaakt. Onderzoekers hebben nu uitgevist hoe dat komt. Het lijkt er op dat die vaccins zich richten op een weinig muteerbaar deel van het virus op het piekeiwit.
Die twee vaccins hadden in de klinische proeven een effectiviteit van ruim 90%. Ook tegen de nieuwe coronavirusvarianten schijnen die vaccins nog aardig effectief te zijn (al heb ik berichten gelezen dat de omicronvariant zich daaraan onttrekt) in het voorkomen van ziekenhuisopnames en doden. Onderzoekers zijn eens gaan kijken hoe dat komt. Ze willen ook uitzoeken of de bescherming die vaccins bieden langer aanhoudt (dan de concurrente vaccintechnieken zoals antigenen e.d.)
Het succes schijnt het resultaat te zijn van een bijzondere activering van het eigen afweersysteem om zo veel mogelijk antilichamen tegen het virus aan te maken. Die b-RNA-vaccins zouden ook het afweergeheugen aan het werk zetten. De afweercellen die worden geactiveerd worden aan geduid met folliculaire-B-helper-T-cellen (TFH-cellen). Die cellen blijven tot zo’n zes maanden na de besmetting actief en helpen bij het aanmaken van de juiste antilichamen. Als die cellen in aantal teruglopen dan zijn er andere cellen (B-cellen en antilichaamproducerende cellen) die de strijd overnemen.

Niet erg mutant

Die TFH-cellen komen in actie door een deel van het virus dat niet erg muteert (zelfs in de heftig gemuteerde omicronvariant). Deze zou een verklaring zijn voor de werkzaamheid van de b-RNA-vaccins. “Hoe langer die cellen meehelpen, hoe beter de antilichamen zijn en hoe waarschijnlijker het is dat het afweergeheugen goed functioneert”, zegt Philip Mudd van de universiteit van Washington in St Louis. “Wij vonden dat die cellen steeds bezig bleven. Sommige daarvan reageren op een deel van het piekeiwit dat niet erg muteert. Met de delta- en omicronvariant zien we wel besmettingen, maar de vaccins houden zich goed. Ze voorkomen dat mensen ernstig ziek worden of dood gaan. Die sterke reactie van de TFH-cellen is een deel van de verklaring waardoor b-RNA-vaccins blijven beschermen.”

Antilichamen

De eerste antilichamen die worden aangemaakt na een besmetting werken niet al te goed. B-cellen, die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak, moeten, zo lijkt het, eerst nog een cursus doorlopen. Die cursus doorlopen ze in het lymfevatenstelsel. De TFH-cellen zijn de drilsergeanten, de schreeuwlelijkerds, bij die oefeningen. Die geven de instructies aan de antigeenproducerende cellen en geheugen-B-cellen. Hoe langer dat zo blijft hoe beter en effectiever wordt de antilichaamreactie.
Eerder dit jaar rapporteerde Ali Allebedy van de universiteit van Washington dat mensen die vier maanden eerder de eerste BionTech-prik hadden gehad dat die nog steeds van die ‘kiemcentra’ in hun lymfeklieren hadden die afweercellen produceerden om het coronavirus onschadelijk te maken.

De onderzoekers kozen vijftien vrijwilligers die, drie weken na elkaar, elk twee BionTech-doses hadden gehad. Van hen werden kiemcentra in de lymfeklieren ontnomen drie weken na de eerste prik, net na de tweede en dan nog vier keer met als laatste 200 dagen na de tweede prik. Geen van hen had bij het begin van de proef een coronabesmetting opgelopen. De onderzoekers verzamelden van hen een aantal TFH-cellen.
Ze willen kijken wat er gebeurt na de opkrikprik en waarom mensen met een slecht functionerend afweersyteem, door bijvoorbeeld HIV, geen adequate afweerreactie hebben.

Bron: Science Daily

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.