Gentherapie heeft (enige) baat bij taaislijmziekte

Longfoto

Longen wordt prima beschermd door ons afweersysteem, waardoor gentherapie moeilijk aanslaat (foto: Guy Viner/SPL)

Zesentwintig jaar nadat het gen was geïdentificeerd dat verantwoordelijk is voor taaislijmziekte (cystische fibrose), hebben onderzoekers laten zien dat lijders aan die ernstige ziekte (enige) baat hebben bij een gentherapie. Het herstel van de longen is slechts gering (3,7% verbetering in vergelijking met een controlegroep), maar het geeft aan dat wetenschappers die al meer dan twintig jaar zoeken naar een manier om het foute gen door de goede variant te vervangen althans enig succes hebben.
Taaislijmziekte, waar wereldwijd zo’n 70 000 mensen aan lijden (in Nederland 600), wordt veroorzaakt door een mutatie van slechts één gen, CFTR. Er ontstaat bij lijders een taai slijm in de longen dat de ademhaling bemoeilijkt en een broedplaats voor bacteriën is. Normaal is slijm, onder meer bedoeld, om bacteriën te verwijderen uit het lichaam. Ondanks behandeling, onder meer met antibiotica, wordt het steeds lastiger voor de patiënt om adem te halen en er kunnen ook mankementen aan andere organen ontstaan en de meeste lijders aan die ziekte sterven voor hun veertigste als ze geen longtransplantatie ondergaan. Het lijkt nu dat er enig zicht komt op een remedie.
“Hoewel de therapie nog niet klaar voor gebruik is, ben ik blijk met het resultaat”, zegt onderzoekster Deborah Gill van de universiteit van Oxford. “Het is zelfs beter dan we verwachtten. We gaven slechts een theelepeltje behandeling en de mogelijkheid de dosis op te voeren voor een groter effect is er.”
De zoektocht naar een remedie voor de taaislijmziekte lijkt eenvoudig. Je hebt een ziekte die door één gen wordt veroorzaakt en longcellen zijn makkelijk te ‘benaderen’ door de patiënt het therapeutische materiaal te laten inademen. Probleem is alleen dat vitale organen als de longen driftig afgeschermd worden door het afweersysteem en het leek ondoenlijk voldoende gezond DNA de longen binnen te smokkelen. De oplossing die de onderzoeksgroep, bestaande uit 80 deelnemers, bedacht, bestond uit vetbolletjes waarin het DNA-materiaal de cellen werd binnengeloodst. Nu wordt er nog gesleuteld aan een virus, dat het nieuwe, gezonde genmateriaal moet inbouwen in het genoom van de longcellen. Dat is een stuk effectiever dan het simpel ‘aanbieden’ van DNA aan de cellen.
62 patiënten kregen tenminste negen keer een maandelijkse dosis, 54 ademden een zoutdamp in. De longfunctie werd afgemeten aan de hoeveelheid lucht die de patiënt in een seconde uit zijn/haar longen kan persen. Na een jaar viel het gemelde, magere resultaat op te tekenen. In dat jaar leek de longfunctie van de met DNA-materiaal behandelde patiënten te stabiliseren, terwijl die bij de controlegroep achteruit ging.
Gill: “Nu we weten hoe we genen in de longcellen krijgen, kunnen we die therapie bij andere genetische longaandoeningen toepassen of zelfs de longen heilzame eiwitten laten produceren voor andere gezondheidsproblemen.” Ze denkt dan aan het door longcellen laten aanmaken van antilichamen tegen ziektes als griep of anti-ontstekingseiwitten tegen reuma. Gill: “We staan nog maar aan het begin te bedenken wat we er mee kunnen doen.”

Bron: New Scientist

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.