Troep-DNA van belang bij omvang schade beroerte

Ratten ingespoten met RNA dat FosDT blokkeerde minder schade door beroerte

Ratten ingespoten met RNA dat FosDT blokkeerde hadden aanzienlijk minder schade door een beroerte dan die dat niet kregen toegediend (afb: Raghu Vemuganti, Suresh Mehta en TaeHee Kim van de universiteit van Wisconsin-Madison)

Het was natuurlijk al wat langer duidelijk dat het deel van DNA dat niet codeert voor eiwitten geen troep is. Nu blijkt dat RNA dat afkomstig is van dat niet-coderende DNA (zoals het tegenwoordig vaak genoemd wordt) een grote rol speelt bij de schade die ontstaat door een beroerte. Door een specifiek niet-coderend RNA-molecuul te blokkeren, dat ze FosDT hadden gedoopt, bleek onderzoekers dat de schade door een (nagebootste) beroerte bij ratten aanzienlijk kleiner was dan als ze FosDT zijn/haar gang lieten gaan.De meeste schade door een beroerte ontstaat tijdens het herstel van de bloedtoevoer. Hoe dat zit was nog steeds een vraag. Daarnaast breken wetenschappers zich nog steeds het hoofd over de grote hoeveelheid niet-coderend DNA (nc-DNA). “Minder dan 2% van het RNA is bedoeld voor het aanmaken van eiwitten. Dat betekent dat 98% niet-coderend RNA is”, zegt Raghu Vemuganti van de universiteit van Wisconsin (een uitstpraak die ik nooit voor mijn rekening zou durven nemen). Je hebt allerlei niet-coderend nc-RNA, schijnt het, kort maar ook lang. Zo zouden er zeker 40 000 lnc-RNA-moleculen zijn of misschien zelfs 100 000. “Dat lnc-RNA kan binden aan ander RNA, aan een eiwit aan de ene of de andere kant van DNA”, zegt medeonderzoeker Suresh Mehta. “Onder veel meer kunnen lnc-RNA-moleculen de genactiviteit sturen.”  Vemuganti: “Beroerte beïnvloedt de expressie van alle type RNA-moleculen en dat heeft een grote invloed in de cel nadat de bloedtoevoer is hersteld. Enkele jaren geleden zijn we gaan kijken hoe een beroerte effect heeft op nc-RNA. Twee jaar geleden konden we 200 soorten lnc-RNA onderscheiden die sterk toe- of afnemen in concentratie na een beroerte. We richtten ons op een daarvan: FosDT. De concentratie ervan in het rattenbrein werd tien keer groter binnen drie uur na de beroerte. Als we dat molecuul nou eens blokkeerden, zou dan de schade beperkt worden?”
De onderzoekers ontwierpen drie RNA-moleculen om FosDT het zwijgen op te leggen en spoten die in bij ratten, waar een van de slagaderen in de hersens een uur was afgeknepen (een beroerte simulerend). Het bleek dat de aldus mishandelde en ingespoten ratten hun motorische vaardigheden sneller en beter herkregen dan ratten uit een controlegroep. Hersenfoto’s toonden ook aan dat hun hersens minder schade hadden opgelopen dan oningespoten ratten. Mij werd niet duidelijk of de ratten de RNA-moleculen kregen ingespoten voor of na de ‘beroerte’. Lijkt me niet onbelangrijk en als het later is hoeveel later?

Het blijkt dat FosDT de geprogrammeerde celdood (apoptose) bevordert en celoverleving tegen gaat. Vemuganti: “We kunnen de schade niet volledig tenietdoen, maar die was eenderde minder.” Die volgschade is vaak veel groter dan die direct door het tekort aan zuurstof wordt veroorzaakt en de onderzoeker gaat dan ook op zoek naar de gevolgen van het ontbreken van het FosDT-gen.

Bron: EurekAlert

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.