Cpf1 lijkt deugdelijke uitbreiding CRISPR-gereedschapskist

De Cpf1-schaar uitbreiding CRISPR-gereedschapskist

De Cpf1-schaar (met aanhangsel) werd uitgeprobeerd op muisjes. De ‘schaar’ werd in de embryocellen gebracht met behulp van elektropulsjes (onder) (afb: IBS)

Iemand die de ontwikkeling rond de DNA-bewerker CRISPR een beetje heeft gevolgd, vult dat letterwoord meteen aan met de ‘schaar’ Cas9. Het schijnt dat die ‘schaar’ zich niet overal in het DNA-molecuel even goed thuis voelt en Zuid-Koreaanse onderzoekers van het instituut van fundamenteel onderzoek hebben de CRISPR-gereedschapskist nu uitgebreid met een nieuwe ‘schaar’: Cpf1. Met behulp van die ‘schaar’ hebben ze alvast maar een genetisch afwijkend muisje gemaakt (zonder en met wit haar) om de deugdelijkheid van de nieuwe (?) schaar aan te tonen. Opmerkelijk is dat het artikel al anderhalf jaar geleden bij Nature in huis was. Duidt dat op problemen?

CRISPR is de van bacteriën geleende DNA-bewerkingstechniek die zich alom in de grote belangstelling van genetici e.a. mag verheugen vanwege haar nauwkeurigheid en bruikbaarheid. De nieuwe (?) schaar Cpf1, een endonuclease oftewel DNA/RNA-schaar, is interessant omdat die anders opereert dan Cas9. De combinatie gidsRNA/CRISPR is simpeler, het herkent thymidinerijk DNA (de T in het DNA-alfabet) terwijl Cas9 zich vooral oriënteert op guanosinerijke stikken DNA (de G in het DNA-alfabet). Alles bij elkaar is de verwachting dat Cpf1 de mogelijkheden van de CRISPR-techniek vergroot.
De Zuid-Koreaanse onderzoekers demonstreerden de mogelijkheid van de endonuclease door muizen genetisch aan te passen. Daarbij gebruikten ze twee scharen die tot de Cpf1-familie behoren: AsCpf1 en LbCpf  als de efficiëntste van de familie. Ook menselijk DNA werd met de ‘nieuwe’ schaar bewerkt.
Daaruit bleek dat die schaar zijn werk zeer goed deed, waarbij maar weinig werd doorgeknipt op de verkeerde plaats, stellen de onderzoekers (6 bij LbCpf1 en 12 bij AsCpf1 vergeleken met Cas9, bij 90 knippen). Die misknippen zouden geen verkeerde effecten hebben opgeleverd. “Zowel  LbCpf1 als AsCpf1 gericht op een bepaalde plek knipten slechts op die plek het DNA door in het hele menselijke genoom”, stelt Daesik Kim. Om die niet gewilde effecten te minimaliseren koppelden de onderzoekers Cpf1 aan RNP’s (RNA-bevattende eiwitten). Dat scheen de merkbare fouten (mutaties op niet gewenste plaatsen) vrijwel uit te schakelen.

De proeven met muizen werd door een andere onderzoeksgroep van het Koreaanse instituut voor fundamenteel onderzoek gedaan. De onderzoekers namen het Foxn1-gen als doelwit, dat codeert voor een transcriptiefactor die het afweersysteem regelt en de haargroei en het tyrosinase-gen (verantwoordelijk voor pigmentvorming). De aldus behandelde muisembryo’s hadden geen haren of hadden een witte vacht. Er zouden in het DNA van de behandelde muisjes geen ongewenste mutaties hebben plaatsgevinden, bleek uit DNA-uitlezing. De onderzoekers gebruikten elektrische pulsjes om de geassembleerde schaar (Cpf1-RNP) in de embryocellen te krijgen.

Bron: eScience Newss

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.