Stamceltransplantatie succesvoller met meer ervaring

Resultaat stamcelonderzoek

Eva Höfer (afb: IQWiG)

De conclusie uit de kop lijkt nogal logisch. Het Duitse instituut voor kwaliteit en doelmatigheid in de gezondheidszorg (IQWiG) concludeerde op basis van vier studies dat meer ervaring in stamceltransplantatie een beter resultaat oplevert. De onderzoekers konden nergens wetenschappelijke steun vinden voor het minimumaantal behandelingen per jaar per ziekenhuis dat in de Bondsrepubliek gehanteerd wordt (25). Deze studie is de eerste in een reeks. De opdracht voor het onderzoek komt van de gemeenschappelijk bondscommissie (G-BA), een beslisorgaan in de Duitse zorg.
Al tientallen jaren wordt er gestreden in de zorg over de relatie tussen behandelingsresultaat en -frekwentie. In 2003 bepaalde de G-BA voor een aantal behandelingen het minimumaantallen per jaar. Als zorginstellingen daar onder bleven mochten ze die niet meer uitvoeren. De getallen lijken niet erg gefundeerd. Sedert 2016 is een ‘mogelijk verband’ (tussen succes en frekwentie) al voldoende bewijs. In 2017 stelde de G-BA miniumaantallen overeenkomstig bij en heeft het vorig jaar het IQWiG opdracht gegeven de deugdelijkheid daarvan in acht gevallen te onderzoeken (vreemde volgorde; as).
Het instituut moest uitzoeken of er studies waren die een relatie legden tussen frekwentie en resultaat en/of de vraag beantwoorden of een minimumaantal behandelingen opgelegd aan ziekenhuizen het resultaat zou verbeteren.
Voor het eerste deel van de opdracht wisten de onderzoekers vier zogeheten cohortstudies op te sporen. Het ging daarbij vooral over stamceltherapie bij leukemiepatiënten.
Het aantal ‘meegenomen’ patiënten in die onderzoeken liep uiteen van 684 tot ruim 107 000. Het vervelende was alleen dat de twee grootste onderzoeken weinig bruikbare informatie verschaften, deels omdat onduidelijk was welke criteria er waren aangelegd bij de analyse van de patiëntengegevens. De voor dit onderzoek behulpzaamste studie was een onderzoek uit 2005 onder 4285 patiënten met chronische en acute leukemie (Loberiza).

Armoedig

Wat de onderzoekers in de vier studies aantroffen was, voor hun gebruik, nogal armoedig. Het was niet mogelijk uit dat viertal zinnige statistiek te peuren, aangezien de patiëntgegevens zoals leeftijd, geslacht en ziekte te verschillend waren of zelfs onbekend.
Het lijkt er op dat de resultaten van de onderzoekers vooral zijn gebaseerd op die Loberiza-studie. Daaruit komt de relatie tussen aantallen behandelingen en behandelingsresultaat. Dat resultaat werd ondersteund door twee andere studies, maar methodologisch waren die minder informatief, berichten de onderzoekers.
In zijn algemeenheid lijken deze vier gevonden onderzoeken niet erg behulpzaam geweest te zijn voor andere zaken dan de relatie tussen frekwentie en resultaat. Zo was er in geen van de vier onderzoeken informatie te vinden over afweerreacties in het geval er stamcellen gebruikt werden van vreemde donors of over de kwaliteit van het leven.

Onderzoeksleidster Eva Höfer: “Het blijkt niet mogelijk te zijn om op basis van die vier onderzoeken om minimumaantallen vast te stellen. Het valt dan ook te bezien of die 25 behandelingen die nu als ondergrens zijn vastgesteld de patiënten ook een optimale overlevingskans geven.” Ik vraag me dan af of de onderzoekers niet goed gezocht hebben naar beter onderzoek of dat er over het algemeen weinig onderzoek naar deze materie wordt gedaan ondanks alle discussie erover.

Bron: EurekAlert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.