Is ons zonnestelsel toch niet zo bijzonder?

Protoplanetaire schijf

Zo zou een protoplanetaire schijf er uit kunnen zien (afb: WikiMedia Commons)

Onderzoekers van het Japanse instituut RIKEN hebben de scheikundige samenstelling van zogeheten protoplanetaire schijven uit de molecuulwolk van Perseus (Perseus is een sterrenstelsel) geanalyseerd en kwamen tot de conclusie dat de aantallen complexe organische verbindingen daarin nogal verschilden. Opmerkelijk genoeg bleken de jongere schijven meer overeenkomsten te vertonen. Dat zou kunnen betekenen dat zonnestelselachtige systemen bij het ontstaan een overeenkomstige scheikundige samenstelling zouden (kunnen) hebben en dus ‘vatbaar’ voor het ontstaan van leven. Er wordt al lang gespeculeerd over hoe het leven op aarde ontstaan is. Daarbij is het ontstaan van ingewikkelder organische verbindingen wezenlijk.
Ooit is gedacht dat complexe organische verbindingen in de ruimte zeldzaam zouden zijn. Daardoor zou buiten de aarde nog nergens leven zijn ontdekt. Inmiddels is duidelijk geworden dat deze complexe verbindingen allesbehalve zeldzaam zijn.
Yao-Lun Yang (pdf-bestand), tijdens dit onderzoek verbonden aan RIKEN maar tegenwoordig werkzaam bij de universiteit van Virginia, stelt dat onderzoekers in hun onderzoek naar het ontstaan van leven nu zogeheten protoplanetaire schijven bestuderen. Dat zijn brokstukken rond een ster waar planeten uit zouden kunnen ontstaan. “Ze hopen te kunnen bepalen hoe normaal die zijn en welke invloed ze hebben op planetaire systemen.”
Onderzoekers hebben daar tot nu toe wel naar gekeken maar meestal alleen van afzonderlijke systemen, zodat er weinig vergelijkingsmateriaal is. De RIKEN-onderzoekers besloten met het ALMA-observatorium in Chili die chemische verbindingen in protoplanetaire schijven te gaan bestuderen. Dat observatorium heeft een voldoende hoog oplossend vermogen om dat te kunnen doen. Daar zijn ze zo’n drie jaar zoet mee geweest.

Jong

Ze onderzochten de uitstoot van organische verbindingen bij bepaalde frekwenties in erg jonge (geologisch gezien dan) schijven. Ze keken naar methanol en acetonitril en naar wat grotere moleculen als methylformiaat en dimethylether. In verschillende delen van Perdseus was er een grote variatie in het voorkomen van methanol en acetonitril, maar de verhoudingen waren vrij overeenkomstig, opmerkelijk genoeg. Yang: “Er moet een soort reactiemechanisme zijn voor beide verbindingen. Dat is een belangrijke aanwijzing hoe ze zijn gevormd in de ruimte.”
De aanwezigheid van methylformiaat en dimethylether hadden de ‘neiging’ een sterkere koppeling te hebben in dichtere delen van de ruimte. Dat zou suggereren dat ze daar vaker voorkomen.
Volgens Nami Sakai, leidster van het ‘ruimtelab’ van RIKEN, werpt dat vragen op hoe speciaal de chemische samenstelling van het jonge zonnestelsel is. “Daarop willen we een antwoord hebben door de chemische ontwikkeling van het gas rond jonge protosterren te onderzoeken. We hopen daarmee een basis te creĆ«ren voor hoe het leven op aarde is ontstaan.”

Bron: Alpha Galileo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.