Muisjes blijken niet eindeloos te klonen

Dolly opgezet

Dolly opgezet (afb: WikiMedia Commons)

Na Dolly dat als eerste dier een kloon was van een ander schaap, zijn er heel wat dieren gekloond. In theorie zou je daarmee een 1 op 1-kopie krijgen van het oorspronkelijke gekloonde wezen, maar dat blijkt niet waar te zijn. Na twintig jaar een muisje zo’n 58 keer in serie gekloond te hebben (in 30 000 pogingen) blijkt het resultaat (de kloon) zo ‘ontaard’ te zijn dat die geen nageslacht meer kon krijgen.
Deze opnieuw gekloonde muizen leken normaal en hadden een normale levensduur, maar grote structurele en schadelijke mutaties hoopten zich in hun DNA met elke generatie op. Het geboortecijfer van seriële klonering begon vanaf de 27e generatie af te nemen en de 58e generatie was de laatste die geen nageslacht kon krijgen.
Toen opnieuw gekloonde muizen van bijna de laatste generatie werden gekruist met mannetjes, konden hun eicellen worden bevrucht, maar de meeste embryo’s degenereerden. Een paar embryo’s werden echter door meiose (rijpingsdeling) en bevruchting genormaliseerd en ontwikkelden zich tot een voldragen embryo, wat suggereert dat zoogdieren afhankelijk zijn van seksuele in plaats van aseksuele voortplanting om genetische afwijkingen veroorzaakt door klonale voortplanting te elimineren.

De klonen muteerden ongewoon snel en verloren zelfs hele chromosomen. Die DNA-veranderingen zouden de oorzaak kunnen zijn voor het einde van een kloonserie. Dat zou, denken de onderzoekers, voor alle gewervelden kunnen gelden.

Bron: Nature

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.