Hagedis met CRISPR ontdaan van zijn kleur

Albino-gen en CRISPR

Albinohagedis (afb: Douglas Menke)

De CRISPR-methode is ook in dit blog nogal vaak aan de orde geweest. Wat ik niet wist is dat deze genknipmethode nog niet was (of kon worden?) toegepast op reptielen. Nu schijnen onderzoekers die techniek zo te hebben aangepast dat die ook bij reptielen is te gebruiken. Ze voegden daarmee een gemuteerd albino-gen in in het genoom van een onrijpe eicellen van van anolishagedissen. Tot hun verbazing ontstonden uit de bevruchte eicellen met die mutatie niet alleen nageslacht, maar ook albino-nageslacht.
Met de genschaar laat zich het genoom van bevruchte eicellen veranderen, maar bij vogels en ook reptielen schijnt dat een probleem te zijn. Daarbij zijn bevruchte eicellen zo fragiel dat ze makkelijk kapot gaan. Ook de vruchten zijn in het vroegste stadium uiterst kwetsbaar. Vandaar dat de onderzoekers er bij de hagedissen voor kozen om het genoom van onbevruchte eicellen te veranderen.
“We proberen al een hele tijd het erfgoed van reptielen te veranderen en hun genen te manipuleren”, zegt Douglas Menke van de universiteit van Georgia in Athens (VS). Tot nu toe is hem dat niet gelukt. Vandaar dat hij en zijn medeonderzoekers de ‘eiaanpak’ kozen.
Elke eierstok bevat normaal tien rijpende follikels. Vier tot zes daarvan zijn groot genoeg (tussen 0,75 en 5 mm) om te worden geïnjecteerd. Na die injectie (met CRISPR-gereedschap), rijpen de eitjes verder en worden na de eisprong bevrucht.
De onderzoekers sluisden bij 146 eitjes van 21 anolis-vrouwtjes een albino-gen naar binnen. Als een hagedis twee van zulke tyrosinasegenen hebben dan is ie wit in plaats van bruin, maar nu werd dat gen alleen in de eicel veranderd en niet in de zaadcel. Daarom verwachtten de onderzoekers niet meteen om albino-hagedissen te zien. Menke: “We moesten drie maanden wachten tot de jongen uitkwamen. Dat lijkt op genoombewerking met vertraging.”

Verrassing

Negen jongen hadden het albino-gen, maar er was ook een verrassing. Menke: “Bijna de helft hadden dat gen zowel in die van de vader als van de moeder.” Vier waren er dus wit met rode oogjes zoals het albino’s betaamd. De rest van gewoon bruin.
Hoe kan dat? De onderzoekers denken dat het CRISPR-gereedschap langer in de eicel aanwezig blijft dan gedacht, soms tot na de bevruchting. Daardoor zou ook het DNA van de zaadcel zijn bewerkt, is de verklaring van de onderzoekers. Hebben de onderzoekers het zaad van de mannetjes dan niet op het bewuste gen onderzocht? Zou het niet kunnen dat daar dat albino-gen daar al in aanwezig was?

Alles bij elkaar is de opbrengst van al die CRISPR-inspanning gering. De genverandering zou maar in zo’n 6 tot 9% geslaagd zijn, stellen de onderzoekers. Is dat zo, vraag ik me af. Dat albino-gen is toch recessief? Menke heeft het er over dat de opbrengst van CRISPR-bewerking ‘normaal’ 80% is, maar vertelt er meteen bij dat niemand daar bij reptielen nog in geslaagd was (en dan is 6 tot 9% veel). Wellicht dat die techniek ook bij vogels kan worden gebruikt, opperen de onderzoekers. Ik zou zeggen: laat eens een andere groep onderzoekers dit experiment over doen, maar dan beter. Zo te lezen rammelt het van veel kanten…

Bron: bdw

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.